Wetenschappelijke naam: Blaberus craniifer Nederlandse naam: Doodshoofdkakkerlak Land van herkomst: Midden-Amerika en Cuba in de regenwouden Grootte: 4 tot 6 cm Gewicht: Leeftijd: Vermoedelijk 1 jaar

Verschil man/ vrouw: De vrouwen zijn zichtbaar een stuk groter dan de mannen.

Omschrijving: Beige/bruin van kleur. De naam 'doodshoofdkakkerlak' komt voort uit zijn schild waarop een zwarte vlek is te zien die ijkt op een doodshoofd. Volwassen dieren hebben vleugels, jonge dieren niet.

Kweek: Deze kakkerlakken kweken het hele jaar door zolang er voedsel aanwezig is en de temperatuur goed is. De vrouwtjes leggen eieren in een pakketje met verschilende eitjes. Temperatuur rond de 30 graden is ideaal.

Huisvesting: De temperatuur tussen de 25 en 35 graden vinden ze het prettigst. Temperaturen beneden de 20 graden kunnen ze niet goed tegen en zullen bij lange blootstelling aan deze, voor hun lage temperatuur uiteindelijk sterven. Bij ontsnapping zullen ze in de regel sterven daar het klimaat in Nederland te koud is. Het zijn groepsdieren die in grote of kleine groepen gehouden kunnen worden. Het zijn voornamelijk grondbewoners.

Temp/ Luchtvochtigheid:

Voeding: Honden- of kattenbrokjes, groente, fruit, aardappelen enz.

Weetje: Doodshoofdkakkerlakken hebben wel vleugels maar kunnen niet vliegen. Doodshoofdkakkerlakken kunnen sissen bij gevaar. Doodshoofdkakkerlakken worden veel gekweek als voederdiren voor reptielen en andere insecteneters. Doodshoofdkakkerlakken bestaan al miljoenen jaren.