Latijnse naam: Carausius morosus Nederlandse naam: Indische wandelende tak Land van herkomst: India Grootte: Vrouwtjes 7 tot 8 cm Leeftijd: Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden

Kleur man/ vrouw: De kleur is lichtbruin, de kleur van zand op het strand. Sommige zijn ook wel eens donkerder bruin. Volwassen dieren hebben een rood vlekje aan de binnenkant van de voorste poten zodat ze roofdieren kunnen af schrikken.

Omschrijving: Dit soort lijkt op een takje qua lichaamsbouw. Ze zijn lang en dun met lange poten. De voelsprieten ook langer dan bij anderen. Na zes vervellingen na het uitkomen uit een eitje zijn de dieren volwassen.

Kweek: Bij deze soort komen geen mannetjes aan de voortplanting te pas, aangezien vrouwtjes eitjes leggen waar alleen vrouwtjes uit komen. Dit noem je een maagdelijke voortplanting of parthenogenese. Mannetjes worden in gevangenschap zelden of nooit geboren. Wel komt er gynandromorfisme voor, vrouwtjes die op mannetjes lijken en hen soms ook nabootsen qua seksueel gedrag. Een volwassen vrouwtje leeft enkele maanden en legt in die tijd twee tot drie eieren per dag, in totaal enige honderden. De eitjes zullen na twee à drie maanden uitkomen, afhankelijk van de temperatuur.

Huisvesting: Zoals bij alle soorten wandelende takken, heeft dit soort een verblijf nodig die minstens 3x de lengte van het dier hoog is, en minstens 2x de lengte van het dier breed. Voor een volwassen vrouwtje betekend dit dus minstens 24 cm hoog en 16 cm diep.

Temp/Luchtvochtigheid: Indische wandelende takken stellen weinig eisen aan de warmte. Kamertemperatuur is prima, ongeveer 20 graden. Maar ze voelen zich over het algemeen goed tussen de 18 en de 30 °C. Dit soort stelt geen hoge eisen aan de luchtvochtigheid. Ze moeten wat water hebben om eventueel te drinken, en voor de vervellingen mag de luchtvochtigheid ook wat hoger. Het is aan te raden om het verblijf ongeveer 3x per week te besproeien als je goede ventilatie hebt, 2x als je minder ventilatie hebt. Het hok hoeft niet permanent vochtig te zijn.

Voeding: Braam, framboos, eik, klimop, roos, hazelaar en ligusterbladeren. Vaak ook ander groen. Je kan naast de hiergenoemde namen ook eens wat anders proberen.

Weetjes: De grootste wandelenden tak werd wel 55 cm lang.