Kogelvissen (Tetraodontidae) zijn een familie van beenvissen, uit de orde der kogelvisachtigen die in de stille oceaan voorkomen en in Japan als een lekkernij gelden. Bij gevaar maakt de vis zich bolrond door water op te zuigen, waardoor hij een aantal malen groter wordt dan normaal. Ook de verwante egelvis, die daarnaast ook nog stekels heeft, doet dit. Enkele bekende soorten zijn Fugu rubripes en Tetraodon nigroviridis.

De kogelvis is erg giftig door de aanwezigheid van tetrodotoxine, een verlammend gif. De vis ontleent dit vergif aan een symbiotische bacterie en accumuleert het in een aantal organen en in de huid. Japanse koks die deze vis serveren dienen dan ook een speciaal examen afgelegd te hebben om dit veilig te kunnen doen. Daarom gebeurt het vrijwel nooit meer dat er in Japan mensen overlijden door het eten van fugu. Bovendien zijn er tegenwoordig ook gekweekte kogelvissen die meestal vrij zijn van de bacterie en daarom niet giftig.

Een interessant gegeven is dat deze vissen het kleinste bekende genoom van enig gewerveld dier bezitten doordat introns en niet-coderende gedeelten van het DNA nagenoeg ontbreken, misschien door een onbekende vorm van selectiedruk. De genen die ze hebben zijn wel zeer analoog aan die van andere vissen. Omdat hun genoom dus zeer compact is kan het relatief snel en goedkoop worden geanalyseerd - iedere gevonden sequentie maakt deel uit van een gen. Het genoom van twee soorten (Fugu rubripes en Tetraodon nigroviridis) is al volledig in kaart gebracht.